Een systeem dat werkt voor jou

Dit is deel twee van een driedelige serie: Hoe ik samenwerk met AI. Deel 1: Stop met chatten, ga iets doen. Read the English version on Substack.

De mooiste app die niemand opent

Twee maanden geleden bouwde ik in één weekend een compleet CRM-systeem. Met een interface waar ik oprecht trots op was: klantkaarten, zoekfuncties, een tijdlijn van contactmomenten. Het soort applicatie waar je normaal een team voor inhuurt of een duur abonnement voor afsluit. En het was niet de enige app die ik bouwde: in dezelfde periode bouwde ik een facturatiesysteem, een kennisbank voor het opslaan en analyseren van artikelen en een portal voor het analyseren van internationale handelsdata. Allemaal met Claude Code, allemaal in dagen in plaats van maanden.

Ik was best trots. Terecht, denk ik. Dit was echt iets nieuws: de mogelijkheid om als niet-ontwikkelaar professionele software te bouwen, precies op maat voor je eigen werkproces.

Twee weken later typte ik: “geef me iedereen die ik ken in de financiele dienstverlening, met naam en telefoonnummer.” En ik realiseerde me dat ik het scherm dat ik zo zorgvuldig had ontworpen niet eens had geopend. Toen realiseerde ik me dat het niet gaat om het bouwen van nieuwe tools, maar om een redesign van wat we werk noemen.

Drie fases, achteraf gezien

De eerste fase van mijn samenwerking met AI draaide om bouwen, AI als uitvoerder. Ik bedacht wat ik nodig had, AI maakte het. Best indrukwekkend, maar nog steeds het oude paradigma. Ik was de architect, AI was de aannemer.

De tweede fase ging over aansturen. AI als assistent die naast me zit. “Haal de e-mails over dit project op en zet de actiepunten op een rijtje.” “Plan deze afspraken in.” Losse opdrachten, ad hoc, maar steeds vaker en steeds natuurlijker.

De derde fase is waar ik nu zit: AI geintegreerd in de systemen die mijn werkdag organiseren. Niet “doe dit voor me” maar “denk met me mee.” Het verschil tussen een assistent die doet wat je zegt, en een partner die context heeft.

De rest van mijn verhaal gaat over die derde fase. Niet als blauwdruk; wat voor mij werkt hoeft niet voor jou te werken. Maar als illustratie van een principe dat ik steeds sterker zie: de krachtigste interface is geen scherm, het is taal.

Waarom taal wint van knoppen

Die CRM-tool die ik bouwde heeft een fantastische zoekfunctie. Ik kan klanten filteren op branche, op locatie, op wanneer ik ze voor het laatst gesproken heb. Netjes. Maar probeer dit eens met knoppen:

“Geef me een lijstje van iedereen die ik ken in de financiele dienstverlening, met naam, telefoon en e-mail. Maak voor elk van hen een opvolgactie aan. Plan ze in op de woensdagen en vrijdagen van de komende drie weken, maximaal vijf per dag.”

Dat is CRM, taakbeheer en agenda in een zin. Geen enkele user interface kan dat, hoe mooi ook ontworpen. Je zou drie apps moeten openen, handmatig kopieren en plakken, en zelf de planning uitwerken. Of je zegt het in een zin, en het gebeurt.

Language beats buttons

Of neem iets dat dichter bij inhoudelijk werk zit. Stel ik schrijf een artikel en ik verwijs daarin naar een aantal bronnen: rapporten, onderzoeken, nieuwsberichten. Na een paar stukken typ ik: “Pak de bronnen waar ik afgelopen week naar verwees, zoek recente, veelgelezen artikelen die naar dezelfde bronnen verwijzen, kijk welke nieuwe invalshoeken daarin zitten, en leg een samenvatting vast als basis voor een vervolgartikel.”

Dat is geen logistiek meer. Dat is inhoudelijk meedenken: bronnen analyseren, verbanden leggen, een richting voorstellen. En het koppelt vijf systemen: mijn artikelen, mijn kennisbank, het web, de analyse, en mijn notities. Geen formulier ter wereld kan dat. Maar een zin wel.

De apps die ik bouwde zijn niet overbodig geworden. Ze zijn verschoven: van interface naar infrastructuur. De AI praat ermee. En het mooie is: die infrastructuur (MCP) is niet gebonden aan een AI-tool. De verbindingen zijn gebouwd op een open protocol. Als ik morgen een ander model wil gebruiken, kan dat. Ik bouw op mijn eigen systemen, niet op die van een leverancier.

Het belang van systemen

Kenniswerk vraagt steeds meer van ons brein. We moeten elke dag ontzettend veel informatie verwerken en daarbij zijn we continu aan het context switchen: van de ene rol naar de andere, van het ene project naar het andere. Dat geldt ook in mijn situatie, zeker als er verschillende projecten naast elkaar lopen bij verschillende opdrachtgevers. Dan heb je een solide systeem nodig: een proces om je dag te plannen, je prioriteiten en deadlines te bewaken. Alleen als dat soepel loopt kun je je tijd effectief besteden.

AI versterkt je systemen. Als je geen systemen hebt, versterkt het je chaos.

Toen ik AI in mijn werkproces integreerde, ontdekte ik dat je systeem nog belangrijker wordt als je met AI samenwerkt. Want AI gaat heel goed op systemen. Als je taken op drie verschillende plekken staan, je notities in je hoofd zitten en je mail een puinhoop is dan kan AI dat niet oplossen. Het versterkt wat je hebt. Of wat je niet hebt.

De belangrijkste vraag is dus niet ‘wat kan ik door AI laten overnemen’ maar veel meer ‘hoe creeer ik een omgeving, een systeem waarin mens en AI elkaar optimaal versterken’. Mijn grootste winst zat niet in het versnellen van losse taken, maar in het verbinden van de systemen die ik al had. Agenda, e-mail, taken, notities, CRM, facturatie. Allemaal losse eilanden die nu via taal met elkaar praten.

Een dag in de praktijk

Mijn werkdag begint met een daily review: AI haalt informatie uit al mijn systemen en verwerkt dat tot een briefing voor mijn dag. Geen opsomming van losse onderdelen, maar een geintegreerd verhaal met een duidelijke lijn.

Everything talks to everything

Mijn agenda zegt dat ik om tien uur een gesprek heb met een potentiele klant. Mijn mail zegt dat diezelfde persoon gisteren nog een vraag heeft gesteld waar ik nog op terug moet komen. Mijn takenlijst zegt dat ik een offerte zou voorbereiden die er nog niet is. Die drie dingen staan in drie systemen. De AI legt de link in milliseconden. Niet omdat die AI nou zo slim is, maar omdat hij toegang heeft.

Door de dag heen gebruik ik de app Drafts als inbox voor alles wat binnenkomt: ideeen, notities uit gesprekken, links. Bewust simpel: een tekstveld en een knop. Geen categorieen, geen mappen, geen beslissingen op het moment dat iets binnenkomt. Aan het einde van de dag verwerkt de AI alles wat er in die inbox zit: wat is een taak, wat is een notitie, wat is een idee voor later.

E-mail verwerk ik niet in mijn mailprogramma maar in gesprek met de AI. Claude leest, ik beslis, Claude voert uit: een concept antwoord opstellen, een taak aanmaken, een afspraak inplannen, of archiveren. De mail zelf is niet het werk. Het besluit wat ermee moet gebeuren is het werk. De rest is afhandeling.

En dan WhatsApp. Niet het eerste waar je aan denkt bij productiviteit. Maar als je kinderen hebt die sporten, is WhatsApp waar de helft van je planning binnenkomt. Wedstrijdtijden, verzamelpunten, afgelastingen, verspreid over groepsgesprekken met soms tientallen berichten per dag. De AI leest de relevante groepen mee en verwerkt wat nodig is in de gezinsagenda. Ik hoef niet meer door twintig berichten te scrollen om te weten waar onze jongste morgen om kwart voor zes verwacht wordt.

Het geheugen als fundament

In het eerste deel schreef ik over het geheugenprobleem: de black box waar je geen controle over hebt. In mijn setup is het geheugen een verzameling bestanden op mijn eigen computer. Leesbaar, doorzoekbaar, aanpasbaar.

De AI weet wie mijn klanten zijn, welke projecten er lopen, wat de status is van openstaande offertes. Het weet wanneer mijn kinderen trainen en op welke school ze zitten. Het weet dat ik op dinsdag geen afspraken plan omdat dat mijn denkdag is.

Al die context hoef ik niet elke keer opnieuw te geven. Het is er gewoon, net als bij een collega met wie je al een paar jaar samenwerkt. En als het iets onthoudt dat niet klopt, kan ik het openen en aanpassen.

De valkuil

Natuurlijk zijn er valkuilen. Het is verleidelijk om steeds meer te automatiseren, steeds meer te verbinden, steeds meer te laten doen. Er is altijd een volgende integratie, een volgend systeem, een volgende workflow.

Maar het doel is niet optimalisatie. Het doel is ruimte. Ruimte om na te denken, om creatief te zijn, om de dingen te doen die alleen jij kunt doen. Als je meer tijd besteedt aan het bouwen van je systemen dan aan het werk waarvoor je ze bouwde, ben je de weg kwijt.

Tiago Forte gebruikt het beeld van AI als een cognitief exoskelet: technologie die je niet vervangt maar sterker maakt. Dat beeld is precies goed. Een exoskelet doet het werk niet voor je. Het maakt dat jij meer kunt tillen.

Het doel is niet een slimmere machine. Het doel is ruimte om je eigen denkkracht te gebruiken.

Dat is waar ik in deel drie over ga schrijven.

Wat er nog komt

In deel drie wil ik onderzoeken wat er gebeurt als de frictie wegvalt. Het gaat me niet om de tools of de systemen maar om het effect op je denken. Want dat is uiteindelijk waar het om gaat. Niet wat AI doet, maar wat het bij jou vrijmaakt.


Bronnen:

  • James Clear. Atomic Habits: An Easy & Proven Way to Build Good Habits & Break Bad Ones. Avery, 2018.
  • Tiago Forte. “Introducing The AI Second Brain.” Forte Labs, 13 maart 2026.